Eerst maar eens met het makkelijkste beginnen: stel je wilt de weg oversteken en hebt net die ene auto – waarvan de bestuurder dus vol op de rem moet springen – niet gezien. In een schrikreactie deins je dan terug. In deze fractie van een seconde waarin je bang bent is er wel tijd voor je lichaam om hormonen te gaan vrijmaken die bepaalde angstreacties teweeg kunnen brengen, maar hormonen aanmaken kost nou eenmaal tijd en eer die hormonen dan ook nog eens via het bloed bij de juiste organen zijn aangekomen lig jij al onder die wagen. Aan hormonen heb je bij zo’n enorm kort schrikmoment dus eigenlijk niks.
|
| de angst-effecten. Het rechtop gaan staan van de haren heeft bij de mens niet echt nut meer; alleen als je een dikke vacht over je hele lijf hebt lijk je namelijk groter en gevaarlijker als je die allemaal rechtop zet |
Gelukkig zijn er in korte angstmomenten dan ook duidelijke lichamelijke veranderingen die direct door je hersenen worden aangestuurd en niet via de omweg van hormonen. Een belangrijke ervan is dat je pupillen zich onmiddellijk verwijden: je krijgt meer licht in je ogen en ziet dus beter wat er gebeurt – en kunt daar dus ook beter op reageren. Ook wordt je bloeddruk eventjes flink opgejaagd en verwijden je longen en luchtwegen zich – na afloop sta je te hijgen van schrik en voel je je hart in je keel kloppen. Ook deze veranderingen maken je beter voorbereid op het mogelijke gevaar dat er dreigt als je schrikt; het vergroten van pupillen, het stijgen van je bloeddruk en het verwijden van je luchtwegen wordt samen dan ook wel het vecht-of-vlucht mechanisme genoemd.
Toch is dit niet het enige dat er gebeurt als je hevig schrikt. In je hersenen vindt er nog iets veel vreemders plaats . Normaal ‘denk’ je met je grote hersenen – het gedeelte van je brein dat verantwoordelijk is voor het rationele denken en het bewust handelen. In zo’n kort schrikmoment wordt het bevel echter heel kort overgenomen door de kleine hersenen – een deel van je hersenen dat verantwoordelijk is voor je lichaamshouding, motoriek en driften.
Bij de mens zijn de kleine hersenen ongeveer te vergelijken met het brein van een hagedis. Zodra je die auto dus ziet aankomen denk je eventjes net als een wild dier: het enige dat telt is overleven en je maakt een sprong naar achteren.
Wilde dieren hebben vaak ook de neiging soortgenoten te beschermen. Denk aan stokstaartjes waarbij er altijd één op wacht staat als de rest voedsel aan het zoeken is. Als je tegelijk met een vriend of vriendin oversteekt is de kans dus groot dat je bijvoorbeeld met je arm hem of haar terugduwt om te zorgen dat hij of zij ook niet onder die auto belandt.
Meteen daarna onderdrukken je grote hersenen hun kleinere broertje weer en kun je weer normaal denken.
Dat het bevel even wordt overgenomen door een deel van je hersenen dat normaal ondergeschikt is heb je misschien zelf wel eens meegemaakt: in zo’n kort schrikmoment als met zo’n auto kan het zijn dat je eventjes heel chaotisch denkt of letterlijk je leven aan je voorbij ziet flitsen.